Het kasteeldomein Boetfort

15 Februari 2018

Afgezoomd door de Gillijnsstraat, het Korreswegske (Oudstrijderslaan) en de Sellaerstraat, heeft het Hof van Boetfort (Boetsfort, Boitsvoert, Bootsfort) zijn oorspronkelijke inplanting bewaard. Het was een omwalde hofstede, die op 15 april 1587 door Jan Thielman verkocht werd aan Jacques Hanibal. Een schilder uit de Brusselse omgeving die de St. Rumolduskerk van Steenokkerzeel restaureerde in de periode 1589-1598. Na Hanibal volgden beroemde Antwerpse schilders deze eigentijdse modegril om een kasteel aan te kopen: Pieter-Paul Rubens verwierf kasteel “het Steen” te Elewijt in 1635 tot aan zijn dood op 30 mei 1640 en David Teniers II vestigde zich op de hofstede “Drie-Torens” te Perk vanaf 1660.

Maar Jacques Hanibal had wel wat te hoog gemikt bij de aankoop van dit zwaar met hypotheken belaste buitengoed Boetsfort. Op 20 december 1594 moest hij het kasteel al verkopen aan Brussels schepen Hendrik Madoets en zijn echtgenote Margareta van Zuene. Op dat tijdstip was het kasteel enkel nog een volledig tot puin herschapen ruïne. Hendrik Madoets stond sinds 1595 in voor de restauratie van het fraaie bouwwerk midden in het dorp. Het kasteel was pas afgewerkt in 1610, zoals de ankers op de gevel het vermelden. Het nieuwe kasteel Madoets zou ooit als jachtpaviljoen gediend hebben, toen Lodewijk XIV van Frankrijk op doortocht was in onze streken...

Het echtpaar Madoets kreeg 4 kinderen: Pieter, Karel, Isabella en Catharina.
Pieter kreeg voor zijn deel het wat verder gelegen “Hof ten As” met het bos. Karel, die op 3 november 1622 kinderloos stierf, liet negen bunder van het kasteel “Bouchefort” over aan zijn broer, Pieter Madoets. Hij liet op het graf van zijn ouders, jonker Henricus Madoets, overleden in 1614 en Margareta van Zuene, overleden in 1630, een steen aanbrengen met de  familiewapens.

Deze familiewapens waren voorzien van een gesloten helm. Later liet hij er echter een open vizier van maken, zoals enkel de edelen dit mochten voeren. Deze grafsteen bevindt zich heden ten dage onder het toegangsportaal van de St-Martinuskerk te Melsbroek.

Pieter Madoets en zijn echtgenote Anna de Facuwez hadden samen twee mannelijke nakomelingen: Edmond-Franciscus en Jaak-Lodewijk. Edmond-Franciscus trad in het huwelijk met Antonia-Francisca de Locquenghien. Hij werd eigenaar van het Hof ten As en het Speelhuys van Boetsfort met zijn zandstenen torens. Jaak-Lodewijk's zoon Antoon-Lodewijk Madoets overleed op 18 juni 1728 en aldus werd het Boetsfort met 4 bunder grond, op 1 oktober 1728 te koop gesteld en toegewezen aan de graaf van Tirimont. Deze graaf, heer van Gaasbeek, verkocht het later weer verder, terwijl zijn kinderen het Hof ten As nog bezaten in 1774.

Na eigendomsbetwistingen werd Nicolas Hospies bezitter van het kasteel van Boetsfort (1748). Tussen 1768 en 1777 werden heel wat verbouwingen aan kasteel en afhankelijkheden uitgevoerd. Het oude koetshuis met stallingen werd afgebroken en vervangen door een nieuw gebouw. Dit staat haaks op de Gillijnsstraat, met zijn grote rococopoort in Lodewijk XV-stijl en de vermelding van het jaartal 1767. De grachten rondom het kasteel werden dichtgegooid en de ophaalbrug aan de achterzijde werd vervangen door een nieuw woonblok (1773). De oppervlakte van het kasteel bedroeg toen, samen met de hovingen, het park en een visvijver, ongeveer 20 hectaren. De castrale kapel, ondergebracht in een ronde zijtoren, bleef bewaard.

In het begin van de 19e eeuw hoorde het kasteel Madoets toe aan graaf Francois de Lalaing, die vanaf 22 april 1809 tot 1825 maire van de gemeente was. Vervolgens kwam het in bezit van de familie O'Kelly (1841), die het gebruikten als buitenverblijf.
Naar het einde van de 19e eeuw speelden de O'Kelly's nog een voorname rol in de Ierse geschiedenis. Sean Thomas O'Kelly, staatsman (Dublin, 25 augustus 1882), behoorde tot de oprichters van het gekende "Sinn Fein", een politieke beweging voor de onafhankelijkheid van Ierland.

Graaf O'Kelly d'Aghrim was gehuwd met Dorothea Volcke. Na het overlijden van haar man verkocht de weduwe het eigendom op 9 augustus 1850 aan de echtgenoten Bonzans-Mahieux. Deze bewoonden het kasteel gedurende ongeveer 23 jaar en vertrokken toen naar Parijs. Op 20 juni 1873 verkocht mevrouw Mahieux, weduwe van Henri Michel Bonzans het kasteel aan Armand Steurs en Emma Van Roosbroeck.

Sinds begin van de 20e eeuw heeft men het niet meer over de vroegere namen "Hof van Boetsfort en Kasteel Madoets", men spreekt nu nog enkel van het kasteel Dereine. Het kasteel was inderdaad sinds 20 juni 1873 eigendom van Armand Steurs (° Schaarbeek 30 september 1842) en zijn echtgenote Emma Van Roosbroeck (° Gent, 13 september 1840). Steurs was een bekende figuur uit de Brusselse advocatenwereld en ook jarenlang burgemeester te St.-Joost-ten Node. Hun dochter Emma Steurs (° 1872) huwde met de, te Doornik geboren, advocaat Henri Dereine (° 1872). Deze was bovendien een fijnzinnig kunstschilder, zowel met waterverf als olie. Vanaf 1908 liet Henri Dereine het kasteel volledig restaureren. Na drie eeuwen beslist geen overbodige luxe. Architect Abeloos liet het middengedeelte met jaartal 1610 helemaal in zijn vroegere staat herstellen. Volledig nieuw gebouwd waren de voorgevel met ingangsdeur en twee kleine zijtorens.

Het echtpaar Dereine-Steurs liet het kasteel in de loop der jaren altijd flink onderhouden. Zo was het weer rustig dromen midden in een prachtig park -met romantische vijver, treurwilg en brugje. Na de dood van haar ouders werd het kasteel bewoond door hun dochter Marguerite Dereine, geboren te Brussel op 3 juli 1897, die in 1919 huwde met Robert Cambier, geboren te Etterbeek op 8 maart 1895. Zij kreeg twee zonen, Jean en René Cambier. Tijdens de tweede wereldoorlog werd het kasteel Boetfort zwaar beschadigd. Mevrouw Cambier-Dereine liet het echter opnieuw in zijn oude glorie herstellen. Na haar overlijden werd het kasteel Dereine verkocht aan de echtgenoten Pieders-Hendrix. Het werd tot voor enkele jaren, uitgebaat als restaurant. Restaurant Boetfort ging echter op de fles en aldus kwam het kasteel opnieuw in andere handen. Door een in Panama gevestigde firma werd een deel van de omliggende weilanden verkaveld. Het eigenlijk kasteel, die er ondertussen verlaten bijlag, werd aangekocht door de uitbaters van "Thermae Grimbergen", de familie Van Der Zijpen, die er sinds 2010 een "kuuroord-welness centrum" uitbaten. Ook de bijhorende dreef en het omringende park zijn door de nieuwe eigenaars onder handen genomen. Een uniek stukje geschiedenis is alzo van de ondergang gered. En of de mensen uit Melsbroek tevreden zijn!
 
Bron: Jos Lauwers (1983) - Melsbroek, waar de melde bloeit in 't broek -
Uitgegeven door de Melsbroekse Raad voor Jeugd, Sport en Kultuur